NIW
Vrijdag 15 april 2005 | 6 Niesan 5765
Conflict JMW - Elma Verhey

Hans Vuijsje van JMW noemt aantijgingen tegen oude voogdij-stichting in ‘Kind van de rekening’ onzorgvuldig en wil nieuw onderzoek naar oorlogswezen.

DAPHNE MEIJER

Naar de gedetailleerde inhoud van Kind van de rekening is het vooralsnog gissen. Als een Cerberus bewaakt uitgeverij De Bezige Bij de drukproeven van de studie die journaliste Elma Verhey maakte naar hoe er na 1945 door joodse voogdij-instellingen is omgesprongen met de joodse oorlogswezen. Woensdag 20 april wordt het boek in het Nederlandse Instituut voor oorlogsdocumentatie gepresenteerd.

JMW-directeur Hans Vuijsje nam deze week een voorschot op de discussie over de inhoud met een intern memo aan medewerkers van JMW. Hij schrijft dat JMW afstand nam van de inhoud van Kind van de rekening. De tekst lekte uit naar dagblad Trouw en het NIW. Pupillen zouden op onverantwoorde wijze op alia zijn gestuurd, de toenmalige directeur zou van hun vermogens zaken hebben aan geschaft voor de kiboets, de exploitatie van joods instellingen zou zijn gedekt uit de vermogens van pupillen en de oude dossiers zouden zijn vernietigd om dit alles te verdoezelen; als dit inderdaad Verheys conclusies zijn, liegt dat er niet om. Naar aanleiding van de publiciteit stelde Hans Vuijsje dat hij een nieuw, onafhankelijk en wetenschappelijk onderzoek wil. Hans Vuijsje: “ik wilde eigelijk pas na de presentatie inhoudelijk op de zaak ingaan, omdat ik de definitieve versie van het boek eerst wil zien. Ik heb in februari drukproeven gekregen waar ik op mocht reageren. Ik heb Elma Verhey duidelijk gemaakt dat zij onzorgvuldig met het archiefmateriaal is omgegaan. Een deel van de conclusie is onjuist, omdat ze niet op feiten gebaseerd zijn.”

Het zal duidelijk zijn: Hans Vuijsje en Elma Verhey gaan het niet eens worden over de merites van verheys studie.

‘Hans Vuijsje brengt iedereen
in een moeilijk parket’

Elma Verhey is redactrice van Vrij Nederland. Zij verwierf grote bekendheid met haar baanbrekende studie Om het joodse kind uit 1991 over de voogdijkwesties rond joodse weeskinderen, de commissie OPK en de joodse voogdij-instelling Le-Ezrat Ha-Jeled. Het was om deze reden dat de Israël Stichting van de Nederlands-Israëlische bestuurder Avraham Roet haar in 2000 aanzocht om een gedegen onderzoek te doen. Verhey en historica Pauline Micheels moesten uitzoeken hoe de joodse voogdij-instellingen in Nederland de belangen van joodse weeskinderen van 1945 tot hun meerderjarigheid hadden behartigd. Het vermogensbeheer van de joodse wezen vormde hier een integraal onderdeel van.

Elma Verhey en JMW sloten een contract dat stipuleerde dat zij volledige inzage kreeg in het archief van Le-Ezrath Ha-Jeled, mits zij de anonimiteit van de wezen zou waarborgen. Hans Vuijsje: “Ik ben zelf geen historicus, maar als beheerder van de archieven vond ik het noodzakelijk om een steekproef te nemen van de door haar gebruikte bronnen en deze te controleren. Na de eerste steekproef volgde een tweede en een derde. Zo zijn we erachter gekomen dat zij haar bronnen slordig citeert. Op basis van haar bronnenonderzoek trekt zij vervolgens ongefundeerde conclusies die niet met de werkelijkheid overeenkomen.” De JMW-directeur bereidt een notitie voor, waarin hij gedetailleerd op zijn punten van kritiek zal ingaan en voorbeelden zal geven. Deze notitie zal hij pas publiceren nadat hij de definitieve versie van het boek heeft gelezen.

Elma Verhey stelt in een reactie dat zij niet op de kritiek van Hans Vuijsje kan ingaan zolang hij niet openbaar maakt op welke punten hij kritiek heeft. Het stoort haar dat hij het embargo voor de verschijningsdatum heeft geschonden met een beschuldiging waar tegen zij zich inhoudelijk niet kan verweren. “Vuijsje brengt iedereen in een moeilijk parket. De journalisten die over deze zaak rapporteren kunnen zijn beweringen niet op juistheid controleren, omdat het boek er nog niet is. Er bestaat slechts een intern memo van zijn hand, waarin een aantal conclusies kennelijk is uitgelekt naar de pers. Ik sta achter mijn boek en raad iedereen aan af te wachten tot volgende week.” Vuijsje is het wat dat betreft geheel met haar eens.

De suggestie dat haar bronnenonderzoek in het archief van Le-Ezrat Ha-Jeled, - dat zich in het Amsterdamse Gemeentearchief bevindt - slordig zou zijn, wijst Verhey af. “Ik weet dat hij problemen heeft met het feit dat ik sommige wezen met naam en toenaam noem, maar ik heb deze wezen zelf geïnterviewd! Zij hebben mij toestemming gegeven hen te citeren.”

Het ziet ernaar uit dat er na de verschijningsdatum een nog veel groter storm van kritiek zal opsteken, in eerste instantie van de kant van voormalige oorlogswezen die hun gram zullen willen halen bij de JMW over de slechte behartiging van hun materiële en immateriële belangen door de voormalige joodse voogdij-instellingen. Daarentegen zullen sommige betrokkenen zich juist willen distantiëren van Verheys conclusies. Elma Verhey weet zich in de rug gesteund door de wetenschappers die tijdens het onderzoek hebben meegelezen, onder wie de directeur van het Niod, prof. dr. Hans Blom.

Hans Vuijsje ontkent dat deze controverse een rol speelt in de zaken die twaalf joodse organisaties en de oorlogswezen Marcel en Philip Staal tegen JMW hebben aangespannen om de fusie van het Samenwerkingsverband JMW met een zevental in ontbinding verkerende joodse voogdij-instellingen en ondersteunde fondsen te voorkomen. Onlangs diende de twee zaken in hoger beroep van zowel de twaalf joodse organisaties als van de broers Staal tegen de voorgenomen plannen. Marcel en Philip Staal willen een claim leggen op het vermogen van Le-Ezrat Ha-Jeled en de Rudelsheimstichting. JMW houdt vol dat de broers Staal geen enkele reden hadden om de toenmalige bestuurders van Le-Ezrat Ha-Jeled en de Rudelsheimstichting van nalatigheid te betichten. Deze individuele zaak is diepgaand onderzocht, waarbij ook informatie van Elma Verhey is gebruikt. Philip Staal wil zich liefst van commentaar onthouden tot hij Verheys boek heeft gelezen. Vanuit Israël stelt hij: “Zolang ik niet weet welke bronnen Elma Verhey heeft gebruikt en welke financiële experts zij in de arm heeft genomen, vind ik er niets van.” Staal meent dat JMW tijdens de meest recente zitting van de rechtszaak, die 24 maart 2005 plaatsfond, heeft gelogen. “Ik vind dat JMW de afgelopen jaren de zaak slecht heeft aangepakt. Ik hoop dat we om de tafel kunnen en de zaak nu kunnen uitpraten.“ Mr. Herman Loonstein, advocaat van de joodse organisaties die de fusie trachten tegen te gaan, deelt dit standpunt. “Om te beginnen moet JMW excuses maken voor het gedrag van de afgelopen paar jaar.” Daarnaast raadt Loonstein JMW af de fusieplannen door te zetten. “Je zult als bestuurder toch wel gek zijn dit te laten gebeuren wanneer de kans bestaat dat er een claim kan komen op het complete vermogen van je organisatie? JMW wordt aansprakelijk voor claims op het vermogen van de fusiepartners. Begrijpt men dat dan niet?”

top