Trouw
www.trouw.nl - zaterdag 3 juli 2004
 
Voorpagina; pg. 1

'Geld joodse oorlogswezen verdwenen'
Joods Maatschappelijk Werk wijst aansprakelijkheid af
door Joop Bouma

AMSTERDAM - Joodse voogdij-instellingen hebben het vermogen van kinderen die na de Tweede Wereldoorlog als wees achterbleven, niet goed beheerd. Dat zeggen twee joodse oorlogswezen in IsraŽl.

Volgens hen zijn er opbrengsten verdwenen van huizen- en aandelenverkoop. Een van hen, de 63-jarige Philip Staal uit Pardes Hanna in IsraŽl, heeft een schadeclaim van 1,5 miljoen euro ingediend bij het Joods Maatschappelijk Werk in Amsterdam.

Het JMW is de rechtsopvolger van stichting Le-Ezrath Ha-Jeled, die sinds 1949 de voogdij had over de meeste joodse oorlogswezen.

Een tweede oorlogswees, een 69-jarige man uit IsraŽl, zegt dat zijn voogdij-instelling in 1953 betrokken was bij de verkoop van huizen (in Amsterdam en Groningen) van zijn vermoorde grootouders. Hij vond de notariŽle documenten pas enkele jaren geleden. De man zegt geen cent te hebben gehad uit de erfenis. Hij is een van vijf overlevenden uit zijn familie. ,,Ik heb toen ik in het kindertehuis zat en ook in de jaren daarna, nooit iets gehoord over de verkoop van die huizen.''

Philip en Marcel Staal werden in 1946 als oorlogswezen opgenomen in een joods kindertehuis. Hun ouders Isaac en Anna Staal zijn in 1943 in het Poolse vernietigingskamp Sobibor vermoord. De jongens emigreerden in de jaren zestig naar IsraŽl.

Philip Staal besloot twee jaar geleden dossieronderzoek te doen naar het vermogen van zijn ouders. ,,Ik ben daar volledig blanco aan begonnen. Ik wist niet beter dan dat mijn ouders arm waren'', zegt hij in een interview met Trouw.

Maar bij zijn onderzoek stuitte Staal op een groot aantal vragen. Het bleek dat zijn ouders wel degelijk bezittingen hadden. Staal becijferde het naoorlogse vermogen op 160000 gulden. De broers zeggen dat ze van dat bedrag maar een deel hebben ontvangen.

Staal stuurde zijn gedetailleerde rapportage aan het Joods Maatschappelijk Werk, die de claim afwees na eigen archiefonderzoek en een reeks gesprekken met Staal. ,,Ńls er een verantwoordelijkheid ligt, dan zal JMW die nemen'', aldus directeur Hans Vuijsje. ,,Maar dan moet die wel hard worden gemaakt. Philip Staal is daar niet in geslaagd.''

Staal kreeg wel steun van de econoom Arnold Heertje, die na lezing van zijn rapport bij JMW aandrong op een onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop het vermogen van joodse wezen is beheerd. ,,Het is volstrekt duidelijk dat er handelingen zijn verricht die het daglicht niet kunnen velen'', aldus Heertje in een brief aan Vuijsje. ,,Ook al is het lang geleden, het blijft beter daarover openheid te betrachten. Hoe pijnlijk het ook moge zijn dat ook in de joodse wereld zaken naar buiten komen die niet deugden.''

Omdat er bij meer wezen in IsraŽl ongerustheid bestaat over het naoorlogse vermogensbeheer, zijn journaliste Elma Verhey (die in 1991 een boek schreef over de joodse weeskinderen) en de historica Pauline Micheels in opdracht van een organisatie in IsraŽl al sinds 2000 bezig met een onderzoek.

Staal heeft in die studie geen enkel vertrouwen omdat er volgens hem door beide vrouwen geen cases zijn onderzocht. Verhey zegt dat de financiŽle documenten van de weeskinderen al in de jaren tachtig zijn vernietigd. Volgens Staal zijn er nog wel gegevens.


de Verdieping; pg. 13 - Ik wist niet beter dan dat mijn ouders arm waren
de Verdieping; pg. 15 - Het probleem: het bewijs is vernietigd

Copyright: Trouw

top